Cassatievlog #150 | Geen vergoeding voor waardevermeerdering
Hoge Raad 5 december 2025, ECLI:NL:HR:2025:1865
Met waardevermeerdering na de peildatum kan in landinrichtingszaken in beginsel geen rekening worden gehouden. Anders kan een belanghebbende niet afwegen of bezwaar moet worden gemaakt en zou hij bovendien kunnen worden geconfronteerd met een vergoeding voor na de peildatum opgetreden waardevermeerdering. Martijn Scheltema bespreekt de uitspraak in drie minuten.
Cassatievlog #149 is ook in podcast vorm beschikbaar. Beluister hier de podcast of via uw favoriete podcastkanaal.
Rome I staat niet in de weg aan rechtskeuze voor déél van statelijk rechtsstelsel
HR 7 november 2025, ECLI:NL:HR:2025:1665
Bij een rechtskeuze op de voet van art. 3 lid 1 Rome I is niet uitgesloten dat partijen een deel van een statelijk rechtsstelsel, en niet dat stelsel in zijn geheel, als het toepasselijke recht aanwijzen. Lees meer…
Cassatievlog #149 | Kinderrechten bij ontruiming woning
Hoge Raad 28 november 2025, ECLI:NL:HR:2025:1799
Ruben de Graaff bespreekt de prejudiciële beslissing van de Hoge Raad van 28 november 2025 over de betekenis van het Kinderrechtenverdrag bij de beoordeling van een vordering tot ontruiming van een woning waarin ook minderjarige kinderen wonen.
Cassatievlog #149 is ook in podcast vorm beschikbaar. Beluister hier de podcast of via uw favoriete podcastkanaal.
Niet door cassatieadvocaat ondertekende procesinleiding niet ingediend langs elektronische weg leidt tot niet-ontvankelijkheid
HR 21 november 2025 ECLI:NL:HR:2025:1725
Art. 426a lid 1 Rv bepaalt dat het beroep in cassatie wordt ingesteld bij een procesinleiding die wordt getekend door een advocaat bij de Hoge Raad en wordt ingediend op de wijze bedoeld in art. 397 Rv, waar is bepaald dat de procesinleiding langs elektronische weg (via het portaal) wordt ingediend. Lees meer…
Kinderbeschermingsmaatregelen en artikel 8 EVRM
HR 17 oktober 2025, ECLI:NL:HR:2025:1570
De Hoge Raad gaat uitgebreid in op de verhouding tussen kinderbeschermingsmaatregelen en het door artikel 8 EVRM beschermde gezinsleven, mede vanwege de recente EHRM-uitspraak Van Slooten tegen Nederland (2025). De Hoge Raad oordeelt onder veel meer:
(i) De conclusie dat na het verstrijken van een aanmerkelijke periode het doel van hereniging van het kind en de ouder(s) zich niet langer verdraagt met het belang van het kind, mag niet snel worden getrokken.
(ii) Bij een verzoek tot herstel van het ouderlijk gezag is een noodzakelijke voorwaarde dat herstel in het belang van het kind is. Dat geldt ook als bij eerdere beslissingen over gezag en omgang met de minderjarige fouten zijn gemaakt. Lees meer…
Op een curator kan de verplichting rusten om zaken van andermans terrein te verwijderen die door natrekking onroerend zijn geworden
HR 10 oktober 2025, ECLI:NL:HR:2025:1528 (Hartsuiker q.q./Verweerders)
Niet uitgesloten is dat onder omstandigheden op een curator een eigen, uit art. 6:162 BW voortvloeiende rechtsplicht rust om zaken te verwijderen die op enig tijdstip voorafgaand aan het intreden van het faillissement als gevolg van natrekking uit het vermogen van de schuldenaar zijn geraakt en dus niet tot de boedel behoren. Lees meer…
Cassatievlog #148 | Misbruik van een uitzendovereenkomst?
Hoge Raad 21 november 2025, ECLI:NL:HR:2025:1733
Dit arrest gaat over misbruik van een uitzendovereenkomst. De ingeleende werkte dertien jaar lang op basis van verschillende uitzendovereenkomsten voor de inlener. Hij verzoekt in deze procedure voor recht te verklaren dat hij al die tijd werkzaam is geweest op basis van een arbeidsovereenkomst, omdat de inlener misbruik zou maken van de uitzendrelatie. Kantonrechter en hof hebben zijn verzoeken afgewezen. Hoe oordeelt de Hoge Raad? Dat bespreekt Hidde Volberda in dit vlog.
Cassatievlog #148 is ook in podcast vorm beschikbaar. Beluister hier de podcast of via uw favoriete podcastkanaal.
Voorwaarden voor de vermindering van een begunstiging bij een sommenverzekering
HR 14 november 2025, ECLI:NL:HR:2025:1687
- De termijn van drie jaar uit art. 4:127 BW is een termijn voor het afleggen van een verklaring aan de begunstigde, niet een termijn voor het instellen van een rechtsvordering.
- De beoordeling of een handeling strekt tot verrijking van een ander (zoals bedoeld in art. 7:186 lid 2 BW), dan wel of de aanwijzing van een begunstigde bij een sommenverzekering geschiedt ter nakoming van een verbintenis anders dan een uit schenking (zoals bedoeld in art. 7:188 lid 1 BW), moet geschieden met inachtneming van alle relevante feiten en omstandigheden.
Het Beslagverdrag kent geen exclusieve rechtsmacht toe aan het beslagforum om te oordelen over vorderingen die strekken tot schadevergoeding wegens onrechtmatig beslag
3 oktober 2025 ECLI:NL:HR:2025:1468
Deze zaak gaat over de vraag of de Nederlandse rechter bevoegd is. Na daartoe door de Marokkaanse rechter verleend verlof, wordt in Marokko beslag gelegd op een zeeschip. Bij de Nederlandse rechter vordert de beslagene schadevergoeding wegens onrechtmatig beslag. De beslaglegger stelt dat de Nederlandse rechter niet bevoegd is om te oordelen over die vordering, omdat op grond van art. 5 Beslagverdrag exclusieve rechtsmacht toekomt aan het beslagforum te Marokko. De Hoge Raad verwerpt dat betoog omdat vorderingen strekkend tot schadevergoeding wegens onrechtmatig beslag niet kunnen worden aangemerkt als vorderingen die nauw verband houden met ‘de opheffing van het beslag’ of ‘de genoegzaamheid van de borgtocht of de zekerheid’ in de zin van art. 5 Beslagverdrag. Lees meer…
Studiekostenbeding voor de Beroepsopleiding Advocaten is niet rechtsgeldig
Vindplaats: HR 26 september 2025, ECLI:NL:HR:2025:1386
Werkgevers mogen de kosten van de Beroepsopleiding Advocaten niet verhalen op advocaat-stagiaires. De opleiding moet kosteloos worden aangeboden en een studiekostenbeding is niet rechtsgeldig. Lees meer…