Hoge Raad: het hervullen van een gehuurde gastank levert merkgebruik op
HR 5 januari 2018, ECLI:NL:HR:2018:10 (Eiseres/Primagaz)
Het hervullen van een gastank waarop een merk van een ander is aangebracht kan ‘gebruik’ van een merk opleveren en afbreuk doen aan de merkenrechtelijke herkomstaanduidings- en kwaliteitsfuncties. Van uitputting van het merkrecht is in het onderhavige geval geen sprake; de betreffende gastank is eigendom gebleven van de merkhouder en vertegenwoordigt geen zelfstandige economische waarde. Lees meer…
Ontstaansmoment loonvordering zorgverlener
HR 17 november 2017, ECLI:NL:HR:2017:2901 (Famed/Kreikamp q.q.)
Een redelijke toepassing van art. 7:461 BW brengt mee dat ingeval in het kader van een geneeskundige behandelingsovereenkomst meerdere, als zodanig identificeerbare en op geld waardeerbare deelprestaties kunnen worden aangewezen, na verrichting van elk van die deelprestaties een daarmee corresponderende vordering tot betaling van loon ontstaat. Lees meer…
Parket bij de Hoge Raad gaat conclusies eerder publiceren
Met ingang van 1 januari 2018 publiceert het parket bij de Hoge Raad de conclusies van de advocaten-generaal in straf- en (grotendeels) in civiele zaken eerder dan op het moment dat de Hoge Raad uitspraak doet. Dit gebeurde al in de belastingzaken. Lees meer…
Enkelvoudige mondelinge behandeling versus meervoudige uitspraak
HR 22 december 2017, ECLI:NL:HR:2017:3259 en ECLI:NL:HR:2017:3264
In het licht van HR 31 oktober 2014, ECLI:NL:HR:2014:3076, geldt bij beslissing van de zaak door een meervoudige kamer als hoofdregel dat een mondelinge behandeling die mede tot doel heeft dat de rechter partijen in de gelegenheid stelt hun stellingen toe te lichten, in beginsel moet plaatsvinden ten overstaan van de drie rechters of raadsheren die de beslissing zullen nemen. Afwijking van deze hoofdregel is mogelijk. Partijen moeten in dat geval echter uiterlijk bij de oproeping voor de mondelinge behandeling erover worden geïnformeerd dat de mondelinge behandeling zal worden gehouden ten overstaan van een rechter-commissaris of raadsheer-commissaris. Partijen hebben dan het recht om een mondelinge behandeling ten overstaan van de meervoudige kamer te verzoeken. Een dergelijk verzoek mag alleen op zwaarwegende gronden worden afgewezen. Lees meer…
Tweeconclusieregel: geen ondubbelzinnige toestemming wederpartij met nieuw verweer
HR 22 december 2017, ECLI:NL:HR:2017:3238
Tot de uitzonderingen op de zogeheten tweeconclusieregel behoort het geval dat de wederpartij ondubbelzinnig erin heeft toegestemd dat het nieuwe verweer alsnog in de rechtsstrijd wordt betrokken. Het hof heeft klaarblijkelijk geoordeeld dat die uitzondering zich in deze zaak niet voordeed. Lees meer…
Bevoegdheid instellen hoger beroep tegen afwijzing verzoek ex art. 104 Fw
HR 22 december 2017, ECLI:NL:HR:2017:3253
Het in art. 67 Fw toegekende recht van hoger beroep tegen een beschikking van de rechter-commissaris komt uitsluitend toe aan diegenen die als ‘partij’ bij die beschikking kunnen worden aangemerkt. Dit zijn (i) diegene die het tot de beschikking leidende verzoek aan de rechter-commissaris heeft gedaan en (ii) diegene tot wie de beschikking is gericht. De omstandigheid dat het belang van een persoon direct betrokken is bij een beschikking, betekent nog niet dat de beschikking ook tot hem is gericht. Lees meer…
Afsluiting WAM-verzekering na ongeval: WAM-verzekeraar hoeft jegens de benadeelde geen dekking te verlenen
HR 22 december 2017, ECLI:NL:HR:2017:3268
Afsluiting van een WAM-verzekering nadat met een motorrijtuig een ongeval is veroorzaakt. De WAM-verzekeraar is jegens de benadeelde niet gehouden dekking te verlenen indien volgens de verzekeringsovereenkomst de dekking pas ná het ongeval is ingegaan, ook al is in het RDW-register als ingangsdatum van de WAM-verzekering de datum van het ongeval geregistreerd. Lees meer…
Ingangsdatum wettelijke rente bij schadevergoeding wegens kennelijk onredelijke opzegging ex art. 7:681 (oud) BW
HR 22 december 2017, ECLI:NL:HR:2017:3232
De Hoge Raad bevestigt dat de wettelijke rente over de schadevergoeding wegens kennelijk onredelijke opzegging van de arbeidsovereenkomst uit art. 7:681 (oud) BW, wordt verschuldigd met ingang van het tijdstip waarop de arbeidsovereenkomst als gevolg van deze opzegging eindigt. Lees meer…
Zekerheidsstelling bij onteigening
HR 22 december 2017, ECLI:NL:HR:2017:3248
Zekerheidsstelling voor de schadeloosstelling bij onteigening blijft alleen achterwege als daarvan in een ondubbelzinnige wilsverklaring door de rechthebbende afstand is gedaan. Lees meer…
Perikelen rondom verzuim en noodzaak tot ingebrekestelling bij ontbinding aannemingsovereenkomst
HR 15 december 2017, ECLI:NL:HR:2017:3144
Caribische zaak. Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie is uitgegaan van een juiste rechtsopvatting omtrent art. 6:83 aanhef en onder c van het Curaçaose BW door te onderzoeken of verzoeker uit een mededeling van verweerder had moeten afleiden dat verweerder in de nakoming van de op hem rustende verbintenissen uit de aannemingsovereenkomst zou tekortschieten, in welk geval een ingebrekestelling achterwege kon blijven. Lees meer…